Verkeerd omgaan met conflicten binnen een relatie ertoe leidt dat de liefde in verbondenheid zijn kracht zal verliezen. Mensen ontkennen het conflict of durven het niet wezenlijk aan te gaan. Dit kan resulteren in Ďmanipulatieve indirectheidí waarbij geen sprake meer is van een open agenda. We nemen elkaar niet meer in vertrouwen over de eigen kwetsbaarheid. De strategieŽn worden dan strijden, aanpassen of terugtrekken. Degene die strijd en ongenoegen ervaart, is vaak geneigd dit de ander te verwijten en legt daarmee ook de verantwoordelijkheid voor het ongenoegen bij die ander. Strijd om het verschil op te heffen ontaardt in een machtsstrijd, waarbij de liefde uiteindelijk het slachtoffer is. Wie zich aanpast om een conflict te vermijden, offert voor een deel de vrijheid op die hij heeft om zichzelf te zijn.


Riekje Boswijk-Hummel beschrijft haar laatste inzichten over machtsstrijd bij het uitkomen van de zesde druk van Ruzie:

Ruzies zijn eigenlijk heel eenvoudig. Het komt erop neer dat de ene partij aanvalt en dat de andere zich verdedigt. Die verdediging echter, bestaat goed beschouwd ook uit een aanval, meestal een ontkenning, die weer een verdediging opwekt waarin ook weer een aanval ligt besloten enzovoort. Kortom: de een verwijt de ander en de ander beschuldigt de een en ga zo maar door.

Het wonderlijke is dat mensen die ruzie maken vrijwel altijd het gevoel hebben dat ze zich verdedigen. Ze voelen zich geen ‘aanvallers’, maar verdedigers en hebben daardoor ook niet het gevoel dat zij de ruzie maken, maar dat de andere partij dat doet. Zij voelen zich gedwongen of uitgedaagd om zich te verdedigen doordat de ander hen keer op keer aanvalt. Dat hun verdediging of ontkenningen ook steeds weer aanvallen inhouden realiseren ze zich niet. Dat zij daardoor ook in staat zijn om de ruzie te beŽindigen evenmin.

Dat komt, omdat ruziŽnde mensen ervan uitgaan dat je ruzies alleen maar kunt beŽindigen door ze ‘uit te vechten’, dat wil zeggen: door te winnen (of ‘gelijk’ te krijgen). Maar elke ‘winst’ wordt altijd weer aangevochten door een beschuldiging en elk ‘gelijk’ wordt gepareerd door een ontkenning. Een behaalde winst kan ‘betaald gezet’ worden door een dagen- of zelfs wekenlange bestraffing door de verliezer (die zich overigens meestal helemaal niet bewust is van het feit dat hij straft); een eventueel gelijk kan zelfs na weken of maanden nog onderuit gehaald worden als de gelegenheid zich maar enigszins voordoet (“Zie je wel, ik zei toch al..”).

Machtsstrijden eindigen niet. Ook als ze zijn gewonnen gaan ze gewoon door, want niemand wil leven in een hiŽrarchie; niemand wil een verliezer zijn en een winnaar tegenover zich hebben. Zeker wanneer een relatie op basis van liefde of kameraadschap is gestart zal iedere poging om een hiŽrarchie in te voeren op weerstand wijken en die weerstand zal nooit overgaan. Ruzie maken heeft dus geen enkele zin.

Maar waarom maken mensen dan ruzie? Waarom gaan ze er eindeloos mee door en stoppen ze niet direct bij de eerste verdediging?
Dat komt omdat er onder de ruzie een behoefte ligt, namelijk de behoefte om gehoord of gezien te worden. Beschuldigingen en verwijten bevatten bij nadere beschouwing altijd mededelingen die je gobaal kunt samenvatten als: ‘kijk eens naar mij; zie eens wat er met mij aan de hand is’. Deze mededelingen zijn echter altijd zodanig geformuleerd dat ze de ander pijn doen en daardoor is de ontvanger van de beschuldiging of het verwijt niet in staat om te kijken.

Beschuldigingen en verwijten kun je beschouwen als verwarde pogingen om jezelf te laten zien. Verward, omdat er niet wordt gezegd: “kijk eens naar mij; ik ben zo bang (of boos, verdrietig of wat dan ook)”, maar: “jij deugt niet omdat je mij bang (boos, verdrietig of wat dan ook) hebt gemaakt”. De mededeling over jezelf wordt dus verpakt in een beschuldiging of een verwijt aan het adres van de ander. Door de pijn die die beschuldiging of dat verwijt doet, is de ander absoluut niet in staat om aandacht te hebben voor wat je eigenlijk wilt zeggen. Integendeel: hij reageert ogenblikkelijk op dezelfde manier: hij geeft op dezelfde verwarde manier aan dat de beschuldiging of het verwijt hem pijn doet.

Deze pijn heb ik in mijn boek Ruzie de motor van de ruzie genoemd. Wie pijn heeft kan geen aandacht opbrengen voor de ander. Hij kan niet kijken en luisteren. Wie pijn heeft, reageert doorgaans ogenblikkelijk door de ander op zijn beurt pijn te doen. Hoe meer pijn, des te harder de motor van de ruzie draait.

Hoe de motor van de machtsstrijd wordt aangezet en hoe hij kan worden uitgezet beschrijf ik gedetailleerd in het boek Ruzie, dat een dezer dagen zijn 6e druk beleeft. In deze 6e druk is een uitgebreid nawoord opgenomen waarin ik mijn nieuwste inzichten omtrent het ontstaan en met name het verdwijnen van boosheid en verdriet beschrijf. Ik maak duidelijk dat het beŽindigen van de machtsstrijd alles te maken heeft met het aanvaarden en respecteren van de twee soms totaal verschillende werkelijkheden van de ruziŽnde partners. Dat is heel iets anders dan wat gebruikelijk is bij machtsstrijden: door de eigen werkelijkheid het aureool van ‘het gelijk’ te geven wordt getracht de werkelijkheid van de ander weg te vagen.

Blogs over machtsstrijd:

Wat gebeurt er eigenlijk als je ruzie hebt? Hoe komt het dat je je soms zo machteloos kunt voelen? Wat is pijn eigenlijk? Hoe moet je met je verdriet en je woede omgaan? Hoe ga je om met autoriteit? Wat is 'dichtklappen'? Wat is 'zieligheid'? Hoe komt het dat ruzies vaak zo lang duren? En helemaal niets opleveren? Deze en nog talloze andere vragen komen in dit boek aan de orde. Op een zeer systematische en bijna 'simpele' wijze legt Riekje Boswijk uit wat er met je energie gebeurt tijdens ruzies, hoe een machtsstrijd ontstaat en verloopt én wat je kunt doen om ruzies uit de knoop te halen en eventueel te voorkomen.